Verkiezingen

Provinciale Statenverkiezingen: “Democratie en openbaar vervoer niet altijd een goed huwelijk”

Burgers stemmen op het stemlokaal op Utrecht Centraal voor het Oekraïne-referendum. Foto: Flickr/Sebastiaan ter Burg.

De Provinciale Statenverkiezingen van volgende maand staan volledig in het teken van het openbaar vervoer. Democratie en openbaar vervoer gaan niet altijd goed samen, zo ziet onderzoeker Wijnand Veeneman. “In de Nederlandse politiek gaat het vaak om een paardenrace, terwijl we juist partijen moeten hebben die voorbij de verkiezingen naar de lange termijn kijken.”

Democratie en openbaar vervoer zijn met elkaar verweven. De belangrijkste opdrachtgever van het regionale openbaar vervoer, is namelijk de provincie. Neem de provincie Zuid-Holland als voorbeeld. Zij zijn de opdrachtgever van openbaar vervoer in verschillende gebieden die opgedeeld zijn in vijf concessies: Zuid-Holland Noord, Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem, Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee.

Bij de Provinciale Statenverkiezingen kiezen inwoners van bijvoorbeeld Zuid-Holland de leden voor de Provinciale Staten. Zij kiezen op hun beurt weer de leden van de Gedeputeerde Staten. De Gedeputeerden gaan direct over het ov-beleid in de provincie en worden weer gecontroleerd door de Statenleden. In dit verhaal lijken democratie en openbaar vervoer een goede match. Als iemand ontevreden is over het openbaar vervoer, dan kleurt diegene een bolletje rood van een partij die meer openbaar vervoer wil.

(Tekst gaat onder de afbeelding verder.)

Stemlokaal bij de Provinciale Statenverkiezing van 2015. Foto: Flickr/Sebastiaan ter Burg.

Dat ligt alleen niet zo makkelijk. Beleid over openbaar vervoer is iets van de lange adem. “Dan spreek je over periodes van tien, twintig, dertig of zelfs veertig jaar”, begint Veeneman zijn verhaal. “Terwijl elke vier jaar de Gedeputeerden van de Provinciale Staten veranderen. Veel politieke partijen willen de verkiezingen winnen en beloven dingen waar vervolgens niks van terecht komt. En ook het openbaar vervoer schiet daar niks mee op.”

Zijn democratische verkiezingen wenselijk voor het openbaar vervoer?

“In Nederland zijn we gezegend met een stabiliteit omtrent het gedachtegoed van het openbaar vervoer. Over het algemeen zijn mensen het erover eens dat het openbaar vervoer stabiel moet zijn. Dat betekent ook dat er niet ineens een enorme impuls komt.”

“Ik denk dat heel veel mensen verwachten dat ze door te stemmen het openbaar vervoer kunnen veranderen. Dat de provincie ineens besluit tot meer dienstregelingsuren. Zo werkt het niet. Mensen hebben op dat punt een verkeerde verwachting. De kans is veel groter dat de Statenleden juist knokken om de huidige dienstregelingsuren te behouden. Dat is alleen minder zichtbaar, maar werkt veel subtieler.”

Mensen hebben vaak een verkeerd beeld van democratie.

“Het werkt veel meer op de lange termijn en dat is eigenlijk ook hoe democratie zou moeten werken. Je zou zeggen dat we onderhand wel snappen dat democratie niet gaat over grootse en meeslepende veranderingen. Mensen hebben vaak een verkeerd beeld van democratie.”

Moeten we niet gewoon accepteren dat democratie en openbaar vervoer niet samen gaan?

“Even een tegenvoorbeeld: China. We kunnen allemaal mooie verhalen lezen over de aanleg van de hogesnelheidslijn in China. Dat leggen ze zomaar aan. Fantastisch denk je dan. Wij hebben een promovendi die hier onderzoek naar doet en dan komt ook de mindere kant van dit beleid naar boven. We zien dat twintig kilometer van het stadscentrum een station aan de hogesnelheidslijn wordt aangelegd. De stad maakt namelijk geen ruimte voor de hogesnelheidslijn. Terwijl het voordeel van een snelle treinverbinding juist is dat je in het stadscentrum aankomt, zoals Eurostar. De trein in China spuugt duizenden mensen uit op twintig kilometer van het centrum. De reizigers zijn daarna aangewezen op taxi’s.”

(Tekst gaat onder de afbeelding verder.)

Stemlokaal bij de Provinciale Statenverkiezing van 2015. Foto: Flickr/Sebastiaan ter Burg.

“Als je beter naar de projecten in China kijkt, dan krijg je tolerantie over ons langzame gedoe. Wat ik soms wel in ons beleid mis, is een toekomstvisie en dat kan goed samen gaan met democratie. Ik zou willen dat provinciale partijen opschrijven hoe zij willen dat Nederland er over veertig jaar uitziet op het gebied van mobiliteit.”

China en Nederland zijn natuurlijk twee uitersten. Is er geen tussenweg mogelijk?

“Dat wij vastzitten aan de korte termijn visies van politieke partijen, is omdat wij daar op stemmen. Wij kiezen niet voor partijen met lange termijn visies. De kiezers laten zich opjagen door de media om de verkiezingen als een paardenwedstrijd te zien in plaats van hoe het land er op de lange termijn uit moet komen te zien.”

“Een andere promovendi doet onderzoek naar verschillende ov-projecten in Nederland, Duitsland en Zwitserland. Uit zijn onderzoek valt op dat Nederland bij stationsontwikkeling heel erg bezig is met de politieke winst. De politiek sleept, als het ware, allemaal sleutelprojecten weg voor de poorten van de hel. In het voortraject zijn wij in Nederland heel erg bezig met het verkopen van de oplossing aan bewoners, bijvoorbeeld. Dat kan ook anders, zo blijkt in Zwitserland.”

Het zou al echt wat veranderen als een aantal partijen kijken naar de inhoud, naar hoe de provincie er over vijftien jaar voor staat.

“In Zwitserland staat één gedachte centraal en dat is verantwoording. De politiek moet aan de burger in Zürich uitleggen wat de stationsontwikkeling gaat zijn. Als de burger daar negatief op reageert, moet het worden aangepast. Ze zijn daar veel meer bezig met het vinden van een oplossing waar de burgers tevreden mee zijn.”

“Als het daar misgaat, dan is iedereen verantwoordelijk. De burger heeft er immers ook voor gekozen. Als dat in Nederland gebeurt, dan zegt iedereen dat het door de strot is geduwd door de beleidsmakers. In Nederland hebben we veel meer het wij-zij-denken.”

Zwitserland is een mooi voorbeeld, maar de politieke cultuur in Nederland verander je toch niet zomaar?

“Het is inderdaad niet iets wat morgen verandert, maar we zouden wel scherp naar het huidige hap-snap-beleid kunnen kijken. Het zou al echt wat veranderen als een aantal partijen kijken naar de inhoud, naar hoe de provincie er over vijftien jaar voor staat.”

(Tekst gaat onder de afbeelding verder.)

Stemlokaal bij de Provinciale Statenverkiezing van 2015. Foto: Flickr/Sebastiaan ter Burg.

Is hier niet juist een rol weggelegd voor de vervoerregio’s?

“We hebben ooit onderzoek gedaan naar de vervoersautoriteit in de provincie Gelderland. De vervoerregio Arnhem-Nijmegen wilde openbaar vervoer ontwikkelen en had daarvoor een aanpak voor de lange termijn. De politiek stond daar iets meer op afstand omdat het een gemeentelijke samenwerking was en door die combinatie lukte het om het openbaar vervoer te ontwikkelen.”

“Terwijl bij de provinciale verkiezingen in Gelderland het veel volatiel er toeging. Na vier jaar kwam een Gedeputeerde van een andere partij die stevig in kon zetten op ander beleid. De democratische controle is goed, zolang democratie ook de visie op lange termijn kan bewaken.”

“Historisch gezien kan de vervoerregio wel die visie bewaken. Dat zie je nu ook in Groningen en Drenthe. Daar proberen ze te garanderen dat de komende dertig jaar een bus rijdt op een bepaald traject. In principe werkt dat goed samen met de huidige politieke situatie in Nederland, die van de paardenrace. Het betere is natuurlijk het Zwitserse model. Daar zien we wel dat democratie en openbaar vervoer goed samen gaan.”

“Daar gaan de democratische verkiezingen over beleid op lange termijn. Als we het daarover gaan hebben, dan raken mensen weer geïnteresseerd en kies je daadwerkelijk ergens voor.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Sander Van Vliet

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.