Meerkosten van de Maaslijn: Limburgse hoop op vergoeding vervliegt

Arriva trein Venlo
Een trein van Arriva in Venlo. Beeld ter illustratie. Foto: Bjoern Wylezich / Shutterstock

De provincie Limburg kan, naar het zich laat aanzien, wel vergeten dat het Rijk de Maaslijn ‘ineens’ als een Rijksproject gaat beschouwen. Dat valt af te leiden uit de antwoorden van demissionair staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat op Kamervragen hieromtrent.

Limburg en heeft in 2021 namelijk getekend voor een ‘samen-uit-samen-thuis-principe’, waarbij de Maaslijn een gezamenlijk project van het ministerie van IenW en de provincie Limburg werd. Het wordt volgens Heijnen “geen sinecure” om deze afspraken te herzien.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen zegt dit in antwoord op vragen van de Tweede Kamerleden Caroline van der Plas (BBB) en Habtamu de Hoop (PVDA). Zij zijn gealarmeerd door berichten in de media waarin de provincie Limburg aangeeft blij te zijn met de aanbesteding van de Maaslijn, maar dat ze het onbegrijpelijk vinden dat alleen de provincie plots moet opdraaien voor de meerkosten die met het project gemoeid zijn.

Het antwoord daarop is volgens Heijnen simpel: “De financierende partijen – provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland en het ministerie van IenW – hebben met elkaar afspraken gemaakt over het project ‘Opwaardering Maaslijn’. Deze afspraken zijn in 2021 aangepast in een addendum bij de bestuursovereenkomst Maaslijn. In dit addendum is onder meer vastgelegd dat de provincie Limburg en IenW als gezamenlijk opdrachtgevers het principe ‘samen uit, samen thuis’ hanteren. Dit betekent dat opdrachtgevers eventuele tegenvallers in het project en in de concessie 50/50 oplossen.”

‘Beide opdrachtgevers hebben stap moeten zetten’

In maart van dit jaar werd de ‘opwaardering van de Maaslijn’ opnieuw aanbesteed, nadat een eerdere poging in 2022 was mislukt. Heijnen legt uit: “Zoals ik uw Kamer op 20 april 2022 heb gemeld, hebben we te maken met forse prijsstijgingen voor materialen en personeel, waardoor de gereserveerde middelen naar verwachting niet aansluiten op de actuele kosten(raming). Om de opdracht voor ‘Opwaardering Maaslijn’ te kunnen gunnen aan een aannemer heeft ProRail volledige financiële dekking nodig van beide opdrachtgevers (Limburg en IenW). Die dekking was noodzakelijk voor de voorlopige gunning aan een aannemer die begin oktober heeft plaatsgevonden, en voor de definitieve gunning op 24 oktober jl. Op basis van de kostenraming van ProRail hebben beide opdrachtgevers een stap moeten zetten om benodigd budget en verwachte kosten in balans te brengen. Dit is conform de afspraken in het addendum.”

Heijnen laat geen gelegenheid onbenut om te benadrukken dat het hier een gezamenlijk project van haar ministerie en de provincie Limburg betreft. Op de vraag of ze alles in het werk zal stellen om de opgewaardeerde Maaslijn volgens planning uiterlijk in 2027 op te leveren zegt ze: “Ja, de Maaslijn is een zeer relevant project voor de regio en voor het nationale spoornetwerk. Ik heb alles op alles gezet om gunning door ProRail tijdig te laten plaatsvinden, zodat het project uiterlijk in 2027 kan worden opgeleverd. Ook heb ik hierover met gedeputeerde Kuntzelaers gesproken omdat we samen opdrachtgevers van dit project zijn. Ook hij heeft alles op alles gezet om ProRail in staat te stellen de opdracht tijdig te gunnen zodat de realisatie van het project zo spoedig mogelijk daadwerkelijk kan starten.

‘Geen sinecure’

Op de directe vraag of ze de regio wil bijstaan en het project als Rijksproject wil gaan betitelen (lees: beschouwen) antwoordt Heijnen: “Ik heb begrepen dat de provincie Limburg graag ziet dat het project volledig onder de verantwoordelijkheid van IenW komt. In mijn gesprekken met gedeputeerde Kuntzelaers heb ik aangegeven dat ik bereid ben om, na definitieve gunning, te verkennen of en hoe organisatie en aansturing van het project Maaslijn opnieuw vormgegeven kunnen worden en in beeld te brengen wat dit mogelijk betekent voor bestaande financiële afspraken. Dat is geen sinecure, zoals ook blijkt uit de eerdere aanpassing van de afspraken over de Maaslijn toen deze op verzoek van de provincie Limburg zijn gewijzigd waardoor het nu een gezamenlijk project is in plaats van een project van de provincie Limburg.”

Voor de provincie Limburg zijn de druiven zuur. Daar stellen ze dat de aanbesteding door ProRail niet mogelijk zou zijn geweest zonder de beslissing van Provincie Limburg om in te stemmen met het dragen van de extra kosten. Jasper Kuntzelaers zegt daarover op de website van de provincie: “De demissionaire regering heeft een besluit over de herverdeling van de kosten uitgesteld. Het kan toch niet zo zijn dat Limburg op moet draaien voor de meerkosten van dit project dat landelijk belang heeft? Provinciale Staten hebben unaniem de verwachting uitgesproken dat er voor het einde van het jaar een positief besluit is genomen over het overnemen van het project en het dragen van de meerkosten door het kabinet. Ik sluit me daar als gedeputeerde volledig bij aan.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Jeroen Baldwin

Bron: SpoorPro

2 reacties op “Meerkosten van de Maaslijn: Limburgse hoop op vergoeding vervliegt”

Pat Rick|27.10.23|14:24

@Kees: inderdaad had de A73 prioriteit, want Venlo is de logistieke hub van Europa met heel grote transportbedrijven (toen bijvoorbeeld Frans Maas met 20.000 trekkers). De brug bij Venlo moest er sowieso komen om vrachtverkeer buiten het centrum te houden.

Aan de andere kant waren er wel al delen van de N271 uitgevoerd met 2×2 rijbanen, bij Gennep en Arcen (bij de laatste is dit teruggebracht naar 2×1 rijbaan

Kees Boer|26.10.23|15:21

Flauwe kul dit project loopt wel meer dan 50 jaar ; er wordt dan ook met geen woord over gerept dat de omstreden A 73 wel geld voor was die de Maas zelfs twee keer moest kruisen