Kamerbrief

Verbeteragenda Doelgroepenvervoer: beter aanbesteden en ‘ontschotten’

Maarten van Ooijen
Demissionair staatssecretaris Maarten van Ooijen. Foto: ANP/Hollandse Hoogte/Peter Hilz

Om de problemen die in het doelgroepenvervoer spelen zo snel mogelijk op te lossen, wordt er in de nabije toekomst meer gekeken naar de manier van aanbesteden. Dat schrijft demissionair staatssecretaris Maarten van Ooijen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in een brief aan de Tweede Kamer. Een minimale basisset kwaliteitseisen, gebruik van uniforme taal en kennis delen over aanbestedingsmethodieken staan hierbij centraal.

“Goed doelgroepenvervoer begint bij een goede aanbesteding”, schrijft Van Ooijen in de brief. “Cruciaal daarbij is dat offertes niet alleen op prijs, maar nadrukkelijk ook op kwaliteit worden beoordeeld.”

Daarom is ook het Handboek Aanbesteden in het leven geroepen. “Dit helpt gemeenten om aspecten mee te nemen waarop ze later goed contractbeheer kunnen uitvoeren. Specifiek bij het leerlingenvervoer wordt benadrukt dat gemeenten een maximale reistijd kunnen opnemen in de aanbesteding, net zoals een maximum aantal chauffeurs per leerling.”

Quasi-inbesteden

Dat goed aanbesteden belangrijk is, blijkt wel uit het feit dat het voor het leerlingenvervoer niet mogelijk is om af te zien van aanbesteden. De SP diende eind 2022 een motie in om te onderzoeken of dit mogelijk is, maar dat blijkt niet het geval te zijn. “Dit heeft twee redenen: er zijn marktpartijen die het leerlingenvervoer kunnen uitvoeren en er is geen sprake van een disfunctionerende markt. Zo blijkt uit het Oberon-rapport dat het gemiddelde waarderingscijfer van ouders een 7 is”, aldus Van Ooijen.

Wat in plaats van aanbesteden wel mogelijk is, is quasi-inbesteden. Hierbij wordt een opdracht gegeven aan een organisatie die zo sterk gelieerd is aan de eigen organisatie, dat er min of meer sprake is van een opdracht die een aanbestedende dienst aan zichzelf gunt, zoals in de regio Gooi- en Vechtstreek is gebeurd. Daar heeft de regio in 2021 onder meer het Wmo- en leerlingenvervoer in eigen beheer genomen.

“Uit gesprekken met de regio Gooi- en Vechtstreek blijkt dat quasi-inbesteden positieve effecten heeft gehad – zoals consistentie in het personeelsbestand en korte lijnen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer – en een goed voorbeeld is van een integrale benadering van doelgroepenvervoer”, zegt Van Ooijen. Volgens de demissionair staatssecretaris is quasi-inbesteden mogelijk, onder voorwaarde dat er geen marktpartijen zijn die de opdracht (adequaat) kunnen uitvoeren.

Ontschotten

Naast beter aanbesteden moet er ook worden “ontschot”. Dat kan op drie verschillende niveau’s: beleidsmatig, contractueel en financieel. Volgens Van Ooijen moeten vervoerders de ruimte krijgen om het vervoer van verschillende doelgroepen te combineren. “Ook het contractueel samenvoegen van verschillende vormen van doelgroepenvervoer in één contract of het samenvoegen van aanvullend openbaar vervoer (AOV) en doelgroepenvervoer is mogelijk. Dit vereist een integrale aanbesteding.”

Ook regionaal aanbesteden is een optie. Volgens de demissionair staatssecretaris kunnen gemeenten hierdoor gezamenlijk inspelen op problemen rondom de uitvoering van het vervoer, zoals volumeveranderingen in het aantal gebruikers, landelijke personeelstekorten en een veranderende arbeidsmarkt. Daarnaast draagt gezamenlijk en regionaal aanbesteden bij aan het vergroten van de contracten van chauffeurs. “Hierdoor wordt het beroep aantrekkelijker, wat ertoe kan leiden dat meer mensen chauffeur willen worden. Daarnaast kunnen vervoerders het vervoer efficiënter en waar nodig volgtijdelijk inzetten.”

Vereenvoudigen

Om de beschikbaarheid van chauffeurs zoveel mogelijk te vergroten, wil het kabinet per 1 juni een aantal kleine aanpassingen doorvoeren die het aanvragen en afleggen van een taxi-examen vereenvoudigen. “De taxibranche kan inzetten op het aantrekkelijker maken van het beroep, maar is daarbij ook afhankelijk van regelingen rond toeslagen en arbeidskortingen, die tot gevolg kunnen hebben dat meer werken voor chauffeurs financieel niet altijd aantrekkelijk is”, zegt Van Ooijen daarover. Hoe deze kleine aanpassingen er precies uitzien is nog onduidelijk.

Ook andere zaken, zoals een landelijk tevredenheidsonderzoek, dataverzameling over doelgroepenvervoer en hulp bij zelfstandig reizen, passeren in de brief de revue. Verschillende partijen gaan de komende tijd hiermee aan de slag, om de prioriteiten eind dit jaar of begin 2025 te realiseren of in gang te zetten. “Ik verwacht dat we zo gezamenlijk binnen de reikwijdte van de agenda goed bijdragen aan verbeteren in het doelgroepenvervoer”, is Van Ooijen overtuigt. In het voorjaar van 2025 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de behaalde resultaten.

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Olivier Smits

Olivier Smits is redacteur van Mobiliteit.nl en TaxiPro.